“Herken je me nog?”
Mijn vroegere huisarts liep mij tegemoet, terwijl ik overdwars op het parkbankje zat, om de zonnestralen optimaal te kunnen opvangen
“Jazeker” zei ik, ik had hem twee jaar geleden ook al eens gesproken, tijdens mijn dagelijkse natuurwandeling met mijn telelens.
Hij was toen nogal wat afgevallen, voor zijn gezondheid, en aan zijn conditie aan het werken.
Het ging beter met hem zei hij toen, hij was eerder met pensioen gegaan in verband met zijn gezondheid.
Hij had hartproblemen, maar door een andere levensstijl ging het beter.
Hij vroeg toen naar mijn gezondheid, en naar dat van Willy.
Ik vertelde hem dat Willy voor de tweede keer longembolieën had gekregen, en er weer een ruiterembolie was gaan groeien.
De eerste keer had hij ons als huisarts nog bijgestaan.
Doordat ik er bij Willy op aandrong niet eerst een Coronatest te laten doen, maar embolieën eerst uit te laten sluiten, ging hij net niet weer door het oog van de naald.
Hij had benauwdheidsklachten en dacht in eerste instantie aan Corona.
Maar na een keer embolieën te hebben gehad, bestaat er kans op herhaling, wat dus gebeurde binnen een tijdsbestek van vier jaar.
“Gelukkig maar dat hij niet eerst een test heeft laten doen” zei mijn oudhuisarts
Hij vond mijn telelens er indrukwekkend uitzien, en zei na nog een tijdje gepraat te hebben “ ik ga weer even verder, kom je vast nog wel eens tegen tijdens onze wandelingen“
Onze fijne huisarts, wat was hij altijd aardig, maar ook een beetje afstandelijk.
Zo heel anders dan nu, in zijn vrije tijd, zonder de begrenzing van het dokterschap.
Al waakte ik ervoor dat ik hem ging tutoyeren.
Dat zit er toch nog in, dat U-en, uit respect voor je huisarts
Maar ik kwam hem twee jaar lang niet meer tegen, en zag hem pas vanmiddag weer.
Hij deed zijn pet af, en zei
“Ik zit momenteel aan de andere kant van de tafel”
Doelend op zijn werk als arts
“Ik ben ziek, heb al geruime tijd prostaatkanker”
en heb inmiddels o.a. 35 bestralingen achter de rug”.
“Maar het kan nog veel erger hoor, als ik soms hoor bij anderen, wat die meemaken”
“Laatst is een dochter van een vriend van mij overleden, nog maar 19 jaar oud, aan eierstokkanker, négentien” “Dat is pas erg”
“Tja, ik ben nu 71 en dan ga je toch dingen krijgen” , hoe oud is Willy? Toch ongeveer zo oud als ik?”
Dat beaam ik “Willy is ook al twee keer vlak voor de dood weggehaald hè?” Zei hij
Alhoewel Willy daar zelf heel nuchter onder is, realiseer ik me dat zelf zeker wel, en zeker nu dat onze oud-huisarts dat ook nog zo expliciet zegt.
“Weet je” zegt hij, wanneer je een bepaalde leeftijd krijgt, hoe oud ben jij?” “60” zeg ik
“Bij het ouder worden vindt er een soort berusting plaats”, dat het leven eindig is, je accepteert dat meer als een natuurlijk gegeven, en je leert nog meer van de dingen te genieten”
“Vanavond ga ik met een fijne groep mensen uit eten bij La Cantina”
“Daar kan ik zo van genieten”
Hij geeft aan verder te willen lopen, hij krijgt last van zijn lijf.
Ik wens hem heel veel beterschap en een fijne avond toe samen met de mensen die hij graag om zich heen heeft, en kijk hem nog een poosje na.
Wat is het toch een bijzonder aardige man
