Deze blog schrijf ik voor mensen die, net als ik, graag alleen zijn. Of voor mensen die heel gelukkig zijn met één of twee — maar wél waardevolle — vriendschappen in hun leven. Dat is niet raar en niet gek, en zeker niet abnormaal.
Toch heb ik dat zelf lange tijd wel gedacht. Dat er iets niet klopte aan mij. Dat ik misschien “niet normaal” was, of op zijn minst ergens op het autisme-spectrum zat.
Onlangs las ik een interview met een man die bewust zonder partner leeft, geen vrienden heeft en daar ook geen behoefte aan heeft.
Hij voelt zich gelukkig met zijn werk, zijn vrijwilligerswerk — en dat is het, ik vond het verfrissend om te lezen. En eerlijk gezegd ook een eye-opener.
Er wordt namelijk vaak gezegd dat veel sociale contacten gezond zijn en stressverlagend werken. Maar bij mij werkte het juist andersom. Het onderhouden van sociale contacten geeft mij eerder stress.
Ik ben niet zo goed in verwachtingen en verplichtingen. De vriendschappen die ik heb, zijn juist heel vrijblijvend.
We zijn blij als we elkaar zien, ook al zit er soms een jaar — of langer — tussen.
Mensen om wie ik geef, zitten in mijn hart, en het contact met hen verloopt vanzelf, zonder druk.
Mijn hele leven ben ik al graag alleen geweest.
Als kind lag ik in de zomervakantie dagenlang in het zwembad, met een boekje en wat broodjes voor de lunch. Ik had daar niemand anders bij nodig. Tegelijkertijd ben ik wél sociaal.
In mijn werk als kookdemonstratrice had ik veel contact met mensen — en dat vond ik ook echt leuk. Maar daarna kon ik me weer thuis terugtrekken, in mijn eigen bubbel.
Ik vermaak me prima alleen, en heb ook van die typische solistenhobby’s. Naast mijn lieve man (en beste vriend) Willy en onze kinderen, heb ik niet veel andere mensen nodig om me gelukkig te voelen. Een echt “vriendinnen-mens” ben ik nooit geweest, ben nu eenmaal niet iemand die regelmatig moet afspreken of voortdurend contact wil houden. Ik heb een paar mensen in mijn leven met wie het gewoon klopt.
Een oude schoolvriendin, en iemand die ik leerde kennen tijdens mijn opleiding. Als we elkaar zien, is het fijn en vertrouwd. Maar er hangt niets dwingends aan.
Tijdens mijn wandelingen kom ik vaak mensen tegen, en soms ontstaan er mooie, onverwachte gesprekken. Daarna gaat ieder weer zijn eigen weg.
En dat is precies goed zo. Er is weleens tegen mij gezegd: “Ja, maar als Willy er straks niet meer is, dan ben je alleen. Moet je daar niet in investeren?” Alsof vriendschappen een soort appeltje voor de dorst zijn.
Als dát je motivatie is om contact aan te gaan, voelt dat voor mij niet oprecht, en ook niet houdbaar. Ik denk dat het taboe op weinig sociale contacten best eens herzien mag worden.
Er zijn nu ook onderzoeken die laten zien dat er mensen zijn die simpelweg minder behoefte hebben aan sociaal contact, en dat dat óók oké is.
Je bent niet zielig.
Niet sneu.
En niet per definitie eenzaam.
Voor veel mensen is het een bewuste manier van leven. Natuurlijk zijn er ook mensen die zich eenzaam voelen met een kleine kring. Maar uiteindelijk gaat het niet om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit. Je kunt beter één — of vooruit, twee — mensen hebben die je écht zien, dan tien contacten waarbij je vooral luistert naar hun verhaal.
Laatst las ik ergens dat je minder dan vijf vriendinnen hebben “ongezond” zou zijn, en dat je gezondheid erop vooruitgaat als je er meer hebt. Ik moet daar altijd een beetje om lachen.
Niet iedereen past in dezelfde mal, en al helemaal niet in een extraverte.
Voor sommigen is een groot sociaal leven verrijkend, voor anderen is rust, ruimte en een klein kringetje precies genoeg.
Ik hoor bij die laatste groep, en volgens mij velen met mij
En dat is helemaal goed.

Uit het hart gegrepen. Als je van oppervlakkigheid houdt dan kun je wel 100 ‘vrienden’ erop na houden. Ik vind zelfs de kwalificaties extravert en introvert veel te kort door de bocht. Je gaat voor kwaliteit ipv kwantiteit zou meer van toepassing zijn. En eenzaam? In een zaal vol mensen kun je je dood-eenzaam voelen.
Zo is het maar net, veel mensen zijn een mix van beiden.
Een introvert kan zich heel extravert gedragen, maar heeft daarna meer tijd nodig om daarvan bij te komen. In tegenstelling tot een extravert in hart en nieren