Dit weekend waren we bij de broer van Willy en mijn schoonzus. Twee keer per jaar komen we bij elkaar. In de herfst komen zij naar Brabant en in het voorjaar gaan wij naar hen.
Het is altijd een heel fijn weerzien en we verheugen ons er dan ook altijd op.
Naast veel wandelen in de natuur, gezellig koffie drinken en borrelen, doen we ook graag iets cultureels.
Zo zijn we onder andere met hen naar Kamp Vught geweest en Slot Loevestein.
Dit keer hadden zij het idee opgevat om met ons naar het Jopie Huisman Museum in Workum te gaan.
Daar waren Willy en ik ooit samen geweest, toen we net een relatie hadden.
Ik woonde toen nog in een klein appartementje.
En weet nog dat, op weg naar de uitgang, er iemand ons pad kruiste op de gang van het appartementencomplex.
Ze vroeg of ik nog wel eens in mijn schuurtje kwam. Haar schuurtje grensde aan dat van mij, gescheiden door kippengaas, dat bespaarde kosten.
In mijn schuurtje stond al maanden een doos met aardappelen, die het op een uitbundig bloeien hadden gezet.
De takken baanden zich een weg door het kippengaas en trokken zich niets aan van de erfafscheiding naar mijn buren. Jopie Huisman zou het prachtig gevonden hebben.
“Niks meer aan doen,” zou hij gedacht hebben.
Al tijden was ik inderdaad niet meer in mijn schuurtje geweest.
Een geleend snoeischaartje bood uiteindelijk uitkomst, en de onmin met mijn buurvrouw was daarmee opgelost.
In die tijd was ik verre van proper en leefde ik nogal chaotisch.
Ik nam vaak de dag voor de nacht, en andersom. Bracht veel tijd door in de kroeg, en dronk en rookte meer dan goed voor me was.
Het kwam voor dat ik mijn man in wording op zaterdagmiddag belde met de vraag of ik bij hem kon komen eten. Dan had ik me verslapen en waren de winkels al dicht.
Zo kroop ik eens naast hem in bed, terwijl mijn eigen beddengoed nog in de gezamenlijke wasmachine zat (van het appartementen complex). Dit probeerde ik zo geruisloos als mogelijk
Ik had de sleutel van zijn huis en ging vaak pas laat slapen.
Hij schrok zich natuurlijk helemaal wezenloos, al probeerde ik het nog zo zachtjes te doen.
Zo zag mijn leven er toen uit.
Inmiddels heeft mijn leven een behoorlijke metamorfose ondergaan, ten goede gelukkig.
Dus wij gingen naar het Jopie Huisman Museum.
Ik was er destijds al van onder de indruk, en veertig jaar later opnieuw. Zijn zoon was in die tijd huisarts bij ons in Bolsward, al net zo’n ruimdenkende man als zijn vader.
Wat mij zo aanspreekt in Jopie Huisman is zijn liefde voor het kleine en het gewone.
In zijn werk en denken doet hij me denken aan Vincent van Gogh, die parallel trok hij zelf ook regelmatig.
Beide schilders waren natuurmensen, met een diepe bewondering voor alles wat de natuur te bieden heeft, en met een sterke drang om dat vast te leggen. Beiden hadden ook een rijke binnenwereld, en waren erg gevoelig.
Wat hij ook met Vincent gemeen had, was zijn innerlijke strijd, en zijn behoefte om de armoede en eenvoud van mensen vast te leggen.
Zo ook de zogenaamde “statuslozen”, mensen op wie vaak wordt neergekeken, maar bij wie Jopie zich juist thuis voelde.
Het leverde hem later, samen met zijn stillevens van afgedankte vodden, de titel ‘Schilder van Mededogen’ op.
Na de expositie liepen we napratend naar het restaurantje in het museum. Mijn oog viel op een kaartje met een schilderij en een uitspraak van Jopie: ‘Al heel vroeg heb ik beseft dat ik maar één recht had, namelijk het recht om zelf te denken’.
Jopie had een eigenzinnige, authentieke manier van kijken, naar de wereld en naar zichzelf.
Hij trok zich weinig aan van anderen en bleef dicht bij wie hij was.
Ooit hoorde ik iemand vertellen over zijn afpelproces.
Het loslaten van alles wat niet van hemzelf was, maar hem was aangeleerd. Het aanpassen, het zich conformeren.
Hij wist op een gegeven moment niet meer wie hij zelf was, en begon zichzelf af te pellen, laag voor laag.
Ook ikzelf heb zo’n afpelproces doorgemaakt, wat me heeft gebracht waar ik nu ben, en waarin ik innerlijke vrede en geluk heb gevonden.
Een geluk dat niets te maken heeft met rijkdom of luxe, maar alles met kleine momenten.
De verwondering over een mooi gesprek, de geur van de natuur, het samenzijn met de mensen die je lief hebt, en die jou liefhebben.
Zoals je jezelf kunt afpellen tot de kern van wie je bent, kun je je tegelijkertijd ontdoen van alle opsmuk die je niet nodig hebt.
Wat soms een bijna levenslang proces kan zijn

Wij zijn er vorige zomer na jaren nog eens geweest. Het blijft fascineren, de speciale kunst van Jopie Huisman. Zijn museum wordt nog steeds erg goed bezocht. Dat zegt wel iets. Dat afpelproces van jou heb je goed beschreven. Zo zie je maar weer dat je nooit tevoren kunt voorspellen hoe een leven gaat verlopen. Het is met jou dus allemaal goed gekomen 😉
Prachtig hè? Dat museum van Jopie Huisman
Ja het wordt nog steeds druk bezocht, Workum zelf is ook zo’n leuk plaatsje
Het leven neemt soms verrassende wendingen, en inderdaad is het helemaal goed gekomen met mij.
Vooral ook doordat de juiste personen mijn levenspad kruisten
Leuk inkijkje in je jonge, wilde, jaren!
Ja leuk hè? Zo leer je me aldoor beter kennen.
Bedankt voor je leuke reactie ❣️