Het is een mooi gegeven dat ik weet waar mijn prilste bestaan is begonnen. Mijn moeder was nooit zo mededeelzaam over zaken die met seksualiteit te maken hadden. Dat is toch wel wat een generatiedingetje.
Opgegroeid met de beperkende, katholieke moraal:
wat eerst een zonde was, werd na het huwelijk ineens een plicht.
Een onschuldige vraag over een drieletterwoord op de muur werd bijvoorbeeld door mijn moeder afgedaan met: “Dat is een raar woord”, en daar had je het dan maar mee te doen.
Omdat je wel aanvoelde dat vragen in die richting niet op prijs werden gesteld, ploos je het wel op een andere manier uit.
Dan komt er een moment dat je de leeftijd bereikt waarop er aan seksuele voorlichting moet worden gedaan.
Maar omdat mijn moeder daar huizenhoog tegenop zag, kreeg ik rijkelijk laat het boekje “Niet van de ooievaar”.
Op de omslag stond een ooievaar met een kindje in een doek in zijn snavel, met een rode kolenveld op de achtergrond
Het geven van een boekje was makkelijker, er werd ook niet bij gezegd: “Als je er vragen over hebt…”. Dus je zocht het maar uit met je boekje.
Maar goed, omdat ik al wat ouder was, wist ik natuurlijk allang waar de kindertjes vandaan kwamen.
Dat soort kennis hield je wijselijk voor je, een kind voelt dat feilloos aan.
Des te bijzonder waren de ontboezemingen van mijn moeder na een paar wijntjes.
Het was een avond waarop Willy bardienst had in een café in Bolsward.
Mijn ouders kwamen langs, en er waren verder geen andere klanten. Mijn moeder zat op de praatstoel, en ik genoot van hoe ze ineens begon te vertellen.
Mijn ouders waren in de zomer van 1964 aan het kamperen met vrienden in Duitsland.
Op een zwoele zomeravond vielen ze elkaar in de armen, in een uitbundig bloeiend weiland, en daar ben ik verwekt. Een mooi en bijzonder gegeven. (Heb ook een Duitse naam: Hedwig)
De wetenschap dat ik midden in de natuur ben verwekt, verklaart voor mij eigenlijk wel veel.
Mijn liefde voor de natuur, zowel in mijn jonge meisjes jaren, als nu.
Ik kwam vaak thuis met, in het weiland voor ons huis, geplukte veldboeketten, en struinde urenlang door de weilanden. Sprong over sloten met en zonder polsstok en reed graag op mijn pony.
Als klein meisje sleepte ik iedere poes die ik tegenkwam onder mijn arm mee naar huis, en soms mocht er eentje blijven. We woonden tegenover een stadsgracht, en helaas verdronk er ook wel eens een van onze poezen.
Ook verzamelde ik graag kleine beestjes in een oud verlaten pand tegenover ons huis.
Zo nam ik ooit een sigarenkistje vol pissebedden mee naar huis. Ik liet het doosje per ongeluk vallen in de kamer, en ze schoten alle kanten op.
Mijn grote broer riep in paniek dat mama niet naar beneden mocht komen, terwijl hij ze als een bezetene probeerde op te zuigen.
Ook zat ik als klein meisje elke ochtend op de stoep eendjes te voeren, ze hadden een ingebouwde klok, en stonden steevast om zeven uur voor de deur te kwaken.
Nog steeds ben ik dagelijks in de natuur te vinden, met mijn verrekijker en/of camera.
Terug naar mijn roots.

Hahaha, hoe reageerde je pappa toen je moeder dit vertelde?
Ik kan me dat eigenlijk helemaal niet herinneren. Mijn vader was altijd een nogal zwijgzame man, ook wat verlegen. Hij heeft er vast nogal blozend naast gezeten hahaha