Vroeger woonde ik in een piepklein appartement in Bolsward.
Ik schreef er al eens over in een eerdere blog, over dat Willy en ik destijds samen naar het Jopie Huisman Museum waren geweest. Willy en ik kenden elkaar inmiddels een paar maanden en besloten op een dag om samen naar de bioscoop te gaan in Sneek.
We parkeerden de auto langs de stadsgracht en stapten uit.
Op het moment dat Willy de deur dicht sloeg, viel zijn rechter brillenglas uit zijn bril, plop, plop, plop… en vervolgens plons in de gracht.
Wat nu?
Ik heb er onbedaarlijk om staan lachen. Het was ook zo’n komisch gezicht, in combinatie met zijn verbouwereerde blik.
We besloten toch maar naar binnen te gaan, en heeft Willy de film letterlijk en figuurlijk maar voor de helft gezien.
Daarna dronken we nog iets bij mij thuis, op mijn slaapbankje.
Dat had de neiging om compleet in te zakken aan de kant waar het meeste gewicht zat, wat een soort oneerlijk wip-wap-effect gaf. Dat ik daardoor wel heel dicht tegen hem aan kwam te hangen, vond hij niet heel erg.
De poezen die ik te logeren had, sprongen vrolijk rond in mijn kleine slaap-/woonkamer.
Dat diezelfde poezen een angstaanjagende tijd tegemoet zouden gaan, kon ik toen nog niet bevroeden…
Op een dag werd er op mijn deur geklopt.
Het was de eigenaresse van de poesjes.
Ik zal haar hier Wilma noemen, en haar vriend Sang.
Wilma stond huilend voor de deur, ze kon nauwelijks uit haar woorden komen. Ze had een van de poesjes in haar armen.
“Sang heeft een van de poesjes doodgeslagen met de douchekop.
Geschrokken liet ik haar binnen.
“Hij mishandelt mij al heel vaak,” zei ze, “maar dat doet me niets meer. Om me toch te raken, mishandelt hij de poesjes.” Ik keek haar met open mond aan.
“Ik wil je vragen of je Sheeba wilt hebben,” ging ze verder, “anders ben ik bang dat hij haar ook doodslaat.”
Natuurlijk wilde ik dat.
Ik begon onsamenhangend dingen te zeggen als: “aangifte doen… je moet hier weg… blijf van hem weg…vlucht met een tas spullen”.
Maar daar wilde ze niets van weten, ze was doodsbang voor hem. Ze zou hem vertellen dat ze het poesje naar het asiel had gebracht.
Mijn raam zat vlak naast de ingang van het appartementencomplex, wanneer het beestje voor het raam zat, zou Sang haar kunnen zien.
Lang verhaal kort: Sheeba werd omgedoopt tot Madam de Pompadour, roepnaam Madammeke. Ze werd eerst door Willy “geadopteerd”… en niet lang daarna volgde ik.
Wilma is nog een paar keer langs geweest om te zien hoe het met haar ging.
Madammeke heeft nog heel lang bij ons gewoond en is ook mee verhuisd naar Noord-Brabant.
Ze is uiteindelijk 18 jaar geworden, in goede gezondheid.
Ze ging vaak met ons mee wandelen.
Wanneer we in Bolsward bij Willy’s moeder op bezoek waren, zat ze soms in de achtertuin te wachten tot we weer naar huis gingen, en liep dan gewoon met ons mee.
Een keer moesten we haar zelfs op de arm terugbrengen, dat was toen we uit eten gingen en ze met ons meeliep.
We liepen over een brug en dachten dat ze daar niet overheen zou durven. Maar na een korte aarzeling rende ze toch achter ons aan. Ze kon natuurlijk niet mee het centrum in, dus hebben we haar maar weer naar huis gebracht.
Wat hebben wij, en later ook de kinderen, veel van Madammeke gehouden.
Willy hield eigenlijk helemaal niet van katten, maar dacht, “als ik Madammeke in huis heb, volgt Hedwig vanzelf wel” Wat inderdaad ook het geval was.
Madammeke heeft zijn liefde voor katten aangewakkerd, en inmiddels zijn we al bijna twaalf jaar de trotse poezenouders van onze Brits korthaartjes: Lola & Elsa.
Foto: Madammeke

Angstaanjagende foto, hoor. 😉
Dat Madammeke nog zo’n geweldig leven bij jullie heeft gehad vind ik erg mooi om te lezen. Over die gruwelijke Sang zullen we het maar niet hebben. Lola en Elsa zullen ook wel niks te kort komen. Dat kan niet anders!
Dank je wel Wieneke !
Je moest eens weten hoe lang ik daarvoor op de knieën voor de bank heb gezeten, voor moment suprême hahahaha