Zoals jullie weten schrijf ik graag. Het is echt mijn uitlaatklep.
Schrijven opent voor mij een deur naar buiten, waardoor de woorden als vanzelf naar buiten rollen.
De laatste blog die ik schreef voelde als een gesloten deur (dat dacht ik althans) die ineens weer openwaaide. Dat kan gebeuren. Soms raak je tijdens het schrijven opnieuw een oude pijn aan, waarvan je dacht dat die allang een plek had gekregen.
Een dag later lees ik de blog terug en merk ik dat ik inmiddels alweer ergens anders sta. Niet omdat de woorden niet waar waren, maar omdat ze geschreven werden vanuit pijn en niet vanuit de rust die later weer in mezelf terugkeerde.
Misschien is dat wel het mooie van schrijven. Je ziet niet alleen wie je in wezen bent, maar ook waar je je op dat moment bevindt in je proces.
Deze blog vroeg er uiteindelijk om, om niet te blijven bestaan. Hij stond voor mijn gevoel haaks op wat ik eerder had geschreven: dat ik berusting had gevonden in wat mij is overkomen. Jaren die inmiddels achter me liggen.
Misschien heeft zo’n plotseling openzwaaiende deur soms een deurdranger nodig.
Niet om de woorden tegen te houden, maar om ze de tijd te geven rustig neer te dalen.
Want niet alles wat waar is, hoeft gezegd te worden.
En als je ze zegt, lukt dat beter en op een zorgvuldiger manier, wanneer de pijn weer wat is gaan liggen.
