We reden richting Nancy in Frankrijk. Na een hele week temperaturen van 39 tot 41 graden te hebben gehad, was het gelukkig inmiddels afgekoeld naar 23 graden. Zwarte wolken pakten zich samen boven ons hoofd en net toen we Nancy binnenreden, leek het alsof er in één keer een enorme bak met water over de stad werd uitgestort.
Binnen een paar minuten stonden de straten blank en renden mensen, in korte tijd doorweekt, koortsachtig op zoek naar beschutting.
Wij bleven nog even in de auto zitten. Gelukkig konden we pal tegenover het restaurant parkeren. Mijn zonnepluutje bood net genoeg bescherming om droog de deur te bereiken.
Na nog een flinke bui bleef het gelukkig bij een paar druppels. Heerlijk was het dat de temperatuur inmiddels was gezakt naar zo’n 27 graden.
We lunchten met een heerlijke quiche Lorraine, salade en een jus d’orange. Een streekgerecht dat je hier toch eigenlijk een keer gegeten moet hebben.
Na een tijdje door de stad te hebben gelopen streken we neer op het beroemde plein van Nancy.
We zaten te genieten van een glas Riesling en keken uit over het plein, toen ik een jongeman in het vizier kreeg. Moeizaam schuifelde hij met een petje in zijn hand langs de terrassen.
Hij kwam dichterbij.
Zijn ogen stonden dof in zijn gezicht en zijn haar zag eruit alsof hij zo uit het stof was opgetrokken. Zijn voeten leken opgezet en hij liep zichtbaar met pijn.
We hadden al meer zwervers gezien, maar nog niet iemand die zo jong was.
Hij had ongeveer de leeftijd van onze jongste zoon.
Er schoot een steek door mijn hart.
Wat had ik een spijt dat we ons contante geld in de hotelkamer hadden laten liggen.
Op mijn aandringen ging Willy op zoek naar een pinautomaat.
“We geven hem een tientje,” zei ik.
“Waar denk je dat hij naartoe gaat met dat geld?” zei Willy. “Naar de eerste de beste dealer.” Daar had hij natuurlijk een punt.
Toch wilde ik het graag.
Ondertussen hield ik de jongeman in de gaten, bang dat hij uit het straatbeeld zou verdwijnen voordat Willy terug was.
Het duurde lang voordat hij eindelijk een pinautomaat had gevonden.
De jongen was inmiddels uit het zicht verdwenen, maar hij bleef me bezighouden. Ik voelde me verdrietig en tegelijk plotseling nóg meer bewust van hoe bevoorrecht wij zijn met ons gelukkige leven.
Een leven dat zo in contrast stond met het zijne.
Ik merkte dat ik hem het liefst had willen helpen. Nee… eigenlijk had ik hem willen redden.
Hem een toekomst willen geven.
Hoop.
Zo diep raakte deze jonge man mij.
Ik kon het maar niet loslaten.
Na het eten wilde ik per se terug naar hetzelfde plein, in de hoop dat hij er weer zou lopen met zijn verschoten petje in zijn hand.
En ja hoor.
In de verte zag ik zijn postuur weer verschijnen. Ik was oprecht blij hem terug te zien.
Toen hij bij ons tafeltje kwam, vroeg ik of hij misschien iets wilde eten.
Hij wees naar zijn kaak.
Kauwen ging niet.
Ik zag dat zijn kaak opgezwollen was.
Zou hij veel pijn hebben?
We gaven hem het geld, dat hij dankbaar aannam.
Even later werd hij door de ober weggestuurd. Hij wilde niet dat zwervers de gasten lastigvielen.
Misschien gaf hij het geld uit aan drugs, dat weet ik niet.
Willy dacht van wel en misschien had hij gelijk.
Maar op dat moment zag ik geen verslaafde.
Ik zag een jonge man die enorm door het leven om de oren was geslagen.
Het idee dat iemand van die leeftijd zo’n zwaar en uitzichtloos bestaan moet leiden, maakte me verdrietig.
En de wetenschap dat er zoveel mensen zijn die in zo’n situatie leven, vaak ook nog zo jong, vind ik bijna onverteerbaar.
Je kunt hun leven niet veranderen.
Soms kun je niet meer doen dan iemand vriendelijk aankijken, een paar woorden zeggen en iets geven.
Het verandert zijn leven niet.
Maar misschien wel zijn dag.

We gaan tegenwoordig standaard uit van ‘het zal wel een drugsgebruiker zijn’. In 99 procent van de gevallen zijn drugs en alcohol de oorzaak van dit soort menselijke ellende.
Een kleine daad van mensenliefde kan iemand helpen of zelfs iets veranderen, maar ik lees dat jij ook niet de illusie hebt dat van jouw tientje die jongeman een paar broodjes kaas ging kopen.
Meestal gaat het ook op aan drank of drugs denk ik.
Dat is natuurlijk een aanname, maar in de praktijk hoor je dat toch wel vaak.
Hij wilde niks eten, had pijn in zijn mond, bah het was zo naar hem zo te zien.
Hij heeft zich vast wel gezien gevoeld, als mens, dat konden we hem tenminste nog bieden